‘Gods wegen zijn ondoorgrondelijk’, was een eeuwigheid geleden, toen nagenoeg heel Limburg nog op de KVP (Katholieke Volks Partij) stemde, een van de repeterende zinnen van mijn vader. ‘Het kan soms raar lopen in het leven’, zou ik nu willen zeggen.
Anderhalve week geleden kreeg ik op controle bij de dokter het ene schouderklopje na het andere. Drie jaar gestopt met roken, ruim twee jaar met alcohol drinken en twaalf te dikke kilo’s afgevallen. Uitroepteken! Zo goed had mijn lijf er in heel lange tijd niet meer voorgestaan. Trots ging ik met mijn dochter Brigitte het weekend in. Om maandag te merken dat er niet een beetje, maar heel veel mis is, met dat nog maar net zo gezond verklaarde lijf.
’s-Nachts liep ik ‘stomdronken’ naar het toilet en viel ik duizelig weer in slaap. De volgende ochtend vond zoon Roger me voorover hangend en brabbelend op een stoel. Ik wist niet meer hoe ik daar gekomen was. Ik wist nog wel hoe Roger heette, ik kon zijn naam alleen niet meer uitspreken.
Hij reed me als de wiederweerga naar de huisarts. En daar zag ik iets wat ik nog nooit eerder had gezien: de perfecte neus! Je hebt ze natuurlijk in alle soorten en maten. De Griekse neus, de Romeinse neus, de Arendsneus, de Lange neus, de Platte neus, de Ronde neus, de neus met een Brug en natuurlijk niet te vergeten het olijke Wipneusje. Maar deze neus versloeg alles, daar zijn gewoon nog geen woorden voor. Vooralsnog houd ik het dus bij de Perfecte neus.
‘Blijf kijken naar mijn neus, blijf kijken, alleen naar mijn neus, kijk, kijk naar mijn neus, ja goed zo’, zei de huisarts (blijkbaar een nieuwe want ik kende haar niet) tijdens een van de vele oefeningen die ik moest doen. Ik keek en zag, ik staarde en verdwaalde. En ik werd verliefd, op haar neus. ‘Blijf ernaar kijken’, klonk het weer en niet veel later lag ik op een bed in een ziekenwagen die met loeiende sirene naar de Eerste Hulp scheurde.
In wat voor mallemolen ik daarna terecht kwam zal ik jullie besparen. Infusen, hersenscan, en een zoon die namens suffe en afwezige mij, een berg aan informatie tot zich nam. Over een herseninfarct als je restverschijnselen blijft hebben, over dat ze dat een Tia noemen als die verschijnselen weer verdwijnen. Over een mogelijke operatie aan je halsslagader waar blijkbaar kalk zit, en ga zo maar door.
Ondertussen bleef het maar oefeningen regenen, al vroeg niemand me meer naar haar of zijn neus te blijven staren. Dat was ook goed zo, want het zou alleen maar voor extra teleurstellingen hebben gezorgd. Want vanaf maandag is mijn favoriete neus toch echt uniek in zijn soort. Ik durf hem (bij haar) zelfs magisch te noemen.
Enfin, uiteindelijk mocht ik het ziekenhuis verlaten. Nog wiebelig en duizelig, maar ‘Hey’, zei Roger, ‘je kunt weer gewoon praten’. Mede daardoor vertrok ik dan ook huiswaarts met de diagnose Tia.
Ik was gesloopt, in een keer was de wereld om mij heen veranderd. De eerste nacht alleen thuis was er een van verwarring en ja, ook angst. Ik had strikte orders mee gekregen. Beter een keer te veel 112 bellen, dan een keer te laat. Toen ik naar de wc moest was ik weer zo duizelig, was er opnieuw dat dronkenmansloopje. Maar ik belde niet, ook niet mijn zoon die vanuit zijn huis nachtwacht was. Ik werd steeds wakker van nare dromen, die maar bleven komen.
De derde dag begon alles een beetje te landen en ja, die nacht had ik geen nachtmerries, maar droomde ik, echt waar, van de Perfecte neus. Ik weet niet eens meer hoe de huisarts er uit zag. Geen flarden van verdere gezichtsherkenning. Maar ik voel me wel een stuk rustiger dankzij die droom en het kunnen visualiseren van die neus der neuzen. En natuurlijk in de wetenschap dat ik weer helder genoeg ben om dit wellicht ietwat rare verhaaltje op te kunnen schrijven.
Dat schrijven is nu meteen een oefening voor me, want ja ‘Gods wegen zijn ondoorgrondelijk’, opeens ben je van een man die gezonder dan vele voorbije jaren leek, een patiënt geworden. ‘Elk nadeel, heb zijn voordeel’, zei niet mijn vader maar Johan Cruijff. En ook dat zou ik bij deze even graag benoemen.
Het blijkt immers dat er in deze doldwaze wereld – met in mijn eigen voortuin zelfs een empathie-loze kantonrechter, die ervoor heeft gezorgd dat ik volgende maand met Brigitte daadwerkelijk voor de rechtbank moet verschijnen (maar dat is weer een ander en veel langer verhaal) – ook nog heel veel lieve, mooie en begripvolle mensen zijn.
De mannen in de ziekenwagen, de neurologe, nog een neurologe, de man in de röntgenkamer, de verpleegster, de verpleger, de vrouw die koffie bracht tot en met natuurlijk de huisarts met die Perfecte neus.
En dat mogen we vooral in deze rare tijden niet uit het oog verliezen. Ze zijn er nog steeds! Ook al wordt er niet meer voor ze geklapt.
Jeetje man, wat schrikken. Gelukkig schrijf je weer. Potverdikkeme.
Heel veel liefs,
Corine
Dankjewel Corine. Bern inderdaad behoorlijk geschrokken… zomaar uit het niets…
Prachtig opgeschreven, Guido. Dat verleer je nooit. Ik wens je een voorspoedig, algeheel herstel.
Dankjewel Henk. Net als fietsen…:-) Uiteraard gaan we voor nul restverschijnselen, maar dat heeft nog even tijd nodig…
He, dat is effe schrikken!! Zo blij dat je weer richting oke gaat.
Dikke brasa
Gwen
Dankjewel Gwen. Omdat die Tia zo lang duurde noemen sommigen het toch een beroerte… het heeft nog even nodig om te zien of er blijvende ‘schade’ zal zijn, maar daar ga ik uiteraard niet van uit.